Maaslijn

Spoorlijn Nijmegen - Venlo

Totale lengte 61,0 km
Spoorwijdte normaalspoor 1435 mm
Aangelegd door Staat der Nederlanden
Geopend 1 juni 1883
Huidige status in gebruik
Geëlektrificeerd nee
Aantal sporen
    Nijmegen - Mook-Molenhoek: 2
    Mook-Molenhoek - Blerick: 1
    Blerick - Venlo: 2
Baanvaksnelheid 125 km/h
Beveiliging of treinbeïnvloeding ATB NG
Omgrenzingsprofiel OPS-NL / G2
Beladingsklasse
    D4 (bij 80 km/h) op Nijmegen - Mook-Molenhoek
    D2 (bij 60 km/h) op Mook-Molenhoek - Blerick
    D4 (bij 80 km/h) op Blerick - Roermond
 Treindienst door Veolia Transport



De spoorlijn Nijmegen - Venlo, ook wel Maaslijn of Heilige Lijn genoemd, is de grotendeels enkelsporige spoorlijn van Nijmegen naar Venlo. Bij Blerick sluit de spoorlijn aan op Staatslijn E (Eindhoven – Venlo – Roermond – Maastricht). De spoorlijn is op dit moment niet geëlektrificeerd, maar het is gepland om dit voor 2020 te realiseren.
Met de Maaslijn wordt vaak het traject Nijmegen-Roermond bedoeld, terwijl de spoorlijn maar tot aan Venlo deze naam draagt; het gedeelte Venlo-Roermond is onderdeel van Staatslijn E. Omdat de lijn echter tot aan Roermond met dezelfde trein wordt bediend, hanteert men de algemenere naam "Maaslijn".

Inhoud
1 Geschiedenis
2 Stations en gebouwen
3 Dienstregeling
3.1 Exploitatie door Veolia
4 Materieelinzet
4.1 Exploitatieproblemen Veolia
5 Toekomst
5.1 Werkzaamheden in de toekomst

Geschiedenis

De Maaslijn is, als onderdeel van de derde Staatsaanleg van spoorwegen in Nederland, in 1883 aangelegd. De eerste zeven kilometer vanuit Nijmegen ligt de spoorlijn parallel aan de spoorlijn Nijmegen - Kleef. Na station Blerick sluit de spoorlijn aan op Staatslijn E. Bij het Brabantse dorp Oeffelt kruist Maaslijn de spoorlijn Boxtel - Wesel van de NBDS met een viaduct. Om een overstap tussen beide spoorlijnen mogelijk te maken wordt de halte Kruispunt Beugen geopend en krijgt perrons en wachtgelegenheden langs beide spoorlijnen. De perrons zijn onderling met trappen verbonden. In 1874 wordt ook een spoorwegverbinding tussen beide spoorlijnen aangelegd. Deze verbinding die ten noorden en oosten van het kruispunt op de lijnen aansluit, wordt voornamelijk gebruikt voor goederenvervoer.

De exploitatie van de Maaslijn komt net als op de meeste staatslijnen in handen van de Staatsspoorwegen. Vanaf 1917 exploiteert de N.V. Nederlandse Spoorwegen de spoorlijn. De spoorlijn is tot de komst van de spoorlijn Eindhoven - Weert een belangrijke schakel voor de kolentreinen die tussen de Staatsmijnen in Limburg en de rest van Nederland rijden. Voor reizigersvervoer is de spoorlijn minder van belang. De meeste reizigerstreinen rijden via Staatslijn E naar Limburg. Uitzondering hierop waren enkele doorgaande stop- en sneltreinen tussen Amsterdam en Maastricht die, als gevolg van de intensieve samenwerking tussen de HSM en de SS, aan het begin van de twintigste eeuw via de Maaslijn rijden. Deze treinen rijden via de Oosterspoorweg naar Amersfoort en vervolgens via Rhenen, Kesteren en Nijmegen naar Limburg.

Na de Tweede Wereldoorlog is er geen treinverkeer meer mogelijk over de spoorlijn Kesteren - Amersfoort en verdwijnt het doorgaande reizigersvervoer naar Zuid-Limburg via de Maaslijn. Na de sluiting van de Limburgse mijnen in de jaren 60 en 70 verdwijnt ook het kolenvervoer. De spoorlijn wordt hiermee definitief een regionale zijlijn. In 1972 wordt de verbindingsboog bij Kruispunt Beugen gesloten. Dat jaar wordt ook het laatste goederenvervoer op het Duits Lijntje opgeheven en wordt de gehele spoorlijn opgebroken. In 1997 zijn de laatste restanten van het kruispunt, waaronder de trappen en het viaduct, opgebroken. De plek is nu alleen nog te herkennen aan het feit dat de spoorlijn hier over een lengte van ongeveer een kilometer dubbelsporig is.

De provincie Limburg heeft het reizigersvervoer op de Maaslijn eind 2006 overgenomen van het Rijk. Daarom is de Maaslijn samen met het overige openbaar vervoer in Limburg openbaar aanbesteed. De concessie is met ingang van 10 december 2006 verleend aan Veolia Transport en heeft een looptijd van tien jaar. Bij de aanbesteding van de Maaslijn werkt de Provincie Limburg samen met de provincie Noord-Brabant en het KAN (Stadsregio Arnhem Nijmegen). De spoorlijn loopt tenslotte door deze drie concessiegebieden. Op 6 mei 2009 werd een nieuwe station geopend aan de Maaslijn: Mook-Molenhoek, op dezelfde locatie als het vroegere Mook-Middelaar.

Stations en gebouwen

In tegenstelling tot de sobere standaardstations langs de eerste Staatslijnen, zijn langs de Maaslijn fraai uitgevoerde asymmetrische stationsgebouwen gebouwd. De stations vertonen veel overeenkomsten met het iets oudere station Hemmen-Dodewaard. Een ontwerp dat ook wel het Standaardtype Hemmen wordt genoemd. De stationsgebouwen van Molenhoek, Cuijk, Vierlingsbeek, Meerlo-Tienray en Grubbenvorst-Lottum worden in 1882 volgens hetzelfde ontwerp gebouwd. De stationsgebouwen van Boxmeer en Venray zijn wat groter en met nog meer versieringen uitgevoerd. De haltes bij Kruispunt Beugen krijgen houten gebouwtjes. In Nijmegen en Blerick wordt gebruikgemaakt van de bestaande stations.

Het station van Mook wordt in 1891 vernoemd in Mook-Middelaar. In 1920 wordt het station Grubbevorst-Lottum vernoemd in Lottum. Beide stations worden in 1938 gesloten. Ook de stations van Vierlingsbeek en Meerlo-Tienray worden dat jaar gesloten. De stations zijn door de brandstofschaarste tijdens de Tweede Wereldoorlog in 1940 enkele maanden geopend. Station Vierlingsbeek blijft hierna in gebruik. Het stationsgebouw wordt echter in 1944 verwoest. Twaalf jaar later wordt bij het station een standaardhaltegebouwtje geplaatst. Het ontwerp, dat als eerste bij dit station is toegepast, wordt toepasselijk Standaardtype Vierlingsbeek genoemd. In 2004 wordt het gebouwtje gesloopt.

In 1944 wordt de halte Kruispunt Beugen, tegelijkertijd met het opheffen van het reizigersvervoer op het Duits Lijntje, gesloten. In 1970 worden de stationsgebouwtjes gesloopt. Vijf jaar later wordt ook het voormalige stationsgebouw van Mook-Middelaar gesloopt. In 1976 wordt het nog in gebruik zijnde stationsgebouw van Venray vervangen door nieuwbouw. Hier wordt het zogenaamde Standaardtype Beilen toegepast. Drie jaar later wordt de voorstadshalte Nijmegen Heyendaal geopend. Voor het stationsgebouw wordt opnieuw een standaardontwerp gebruikt. Hier verschijnt een zogenaamde Sextant. Het gebouw wordt in 2000 alweer gesloopt. Bij de bestaande stations Cuijk en Boxmeer en de voormalige stations Lottum en Meerlo-Tienray zijn de oorspronkelijke gebouwen tot op heden bewaard gebleven.

Exploitatie door Veolia

De maatschappij rijdt in eerste instantie een halfuursdienst van stoptreinen tussen Nijmegen en Roermond. De treinen slaan hierbij Blerick over. Hoewel de treinen nu weer in een consequente halfuursdienst rijden is de reistijd ten opzichte van enkele jaren eerder een kwartier langer. Door de inzet van nieuw materieel kan de reistijd een jaar later met bijna tien minuten worden versneld. Daarnaast stoppen de treinen weer in Blerick en rijden er in de brede spits elk half uur extra stoptreinen tussen Nijmegen en Venray. Sinds begin 2010 rijden de avondspitstreinen tot Venlo.
Vanaf 2013 is Veolia meer treinen in gaan zetten tijdens de ochtendspits van Cuijk naar Nijmegen. Naast de twee reguliere en twee spitstreinen, rijden er van Cuijk nog 3 extra treinen naar Nijmegen. Deze rijden niet in omgekeerde richting.

Materieelinzet

In het stoomtijdperk is er voornamelijk materieel van de SS op de Maaslijn waar te nemen. Na de samenwerkingsovereenkomst en de daarop volgende fusie tussen de SS en de HIJSM komt er ook HSM materieel op de spoorlijn te rijden. Nadat in de jaren vlak voor, tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste spoorwegverbindingen zijn geëlektrificeerd, schuift het vooroorlogse dieselelektrische stroomlijnmaterieel door naar de secundaire baanvakken. Zo komen begin jaren 50 zowel de oude dieseldrieën als de dieselvijven op de Maaslijn te rijden. De DE5-treinstellen rijden hierbij voornamelijk de doorgaande treinen tussen Enschede en Roermond.
In 1961 worden voor het eerst de nieuwe Plan U treinstellen op de spoorlijn ingezet. De treinstellen hebben vervolgens meer dan 35 jaar vrijwel alleenheerschappij op het traject. Alleen de spitstreinen tussen Nijmegen, Nijmegen Heyendaal, Cuijk en Boxmeer worden van 1978 tot 1989 met DE 2 treinstellen gereden. Eind juni 1997 wordt de treindienst overgenomen door het Dieselmaterieel '90.
Bij het ingaan van de nieuwe dienstregeling 2007, in december 2006, verdwijnen de DM'90 stellen alweer van de Maaslijn. Veolia neemt de exploitatie over en zet aanvankelijk van NS Financial Services Company gehuurde Wadlopers in. De belangrijkste redenen voor deze opvallende materieelinzet zijn dat NS Reizigers de DM '90 treinstellen alleen voor een periode van 10 jaar wil verhuren, de dienstvaardige Plan-U stellen inmiddels zijn verkocht aan een Slowaakse spoorwegmaatschappij en dat de eigen Class 66-diesellocomotieven al in gebruik zijn in het goederenvervoer. De door Arriva afgedankte Wadlopers zijn op dat moment de enige overgebleven optie binnen de landsgrenzen. Vanaf november 2007 nemen de Velios-treinstellen de dienst over van de oude Wadlopers. Enkele maanden later verdween de laatste Wadloper van de Maaslijn.
Vanaf oktober 2014 beschikt Veolia Transport tevens over Lint 41 materieel dat vooral in de spitsuren tussen Nijmegen en Venray ingezet.

Exploitatieproblemen Veolia

Sinds 10 december 2006 exploiteert Veolia de Maaslijn. Hierbij is de sneltrein verdwenen, en rijdt er voortaan ieder half uur een stoptrein tussen Nijmegen en Roermond. Daarnaast rijdt er in de spits ieder half uur een extra stoptrein tussen Nijmegen en Venray (in eerste instantie alleen tussen Nijmegen en Boxmeer wegens de lagere snelheid van de wadlopers, waardoor de kruisingen op de enkelsporige spoorlijn niet konden worden gehaald), zodat op dit gedeelte van de Maaslijn een kwartierdienst ontstaat. De eerste weken werd er niet meer gestopt op station Blerick, dit om de lagere baanvaksnelheid van de tijdelijk te gebruiken Wadloper-treinen te compenseren en zo toch de rest van de stations op tijd te kunnen bedienen. Sinds 21 januari 2007 is de dienstregeling weer hersteld, en stoppen alle treinen weer in Blerick. Veolia heeft tijdens de inzet van het Wadloper-materieel veel problemen gehad met vertraagde treinen, overgeslagen ritten, te volle treinen en grotere en kleinere ongelukken op het spoor.

Nadat alle Velios-treinstellen waren geleverd, bleek al gauw dat de capaciteit hiervan niet altijd afdoende was. Op het deel Venray-Nijmegen van de Maaslijn nam het aantal reizigers sinds de komst van Veolia bovendien met 50 procent toe.[5] Enkele malen moesten, met name op station Cuijk, reizigers achterblijven op het perron of stopte de trein in verband met te grote drukte zelfs helemaal niet. Veolia besloot tot het verlengen van vier tweedelige treinstellen om zodoende de capaciteit te verhogen. Om de drukte enigszins op te vangen, worden vanaf 1 december 2008 twee DM '90-stellen ingezet door Veolia. Vanaf eind 2009 zouden de Velios-treinstellen dan verlengd moeten zijn tot drie bakken.

Toekomst

Werkzaamheden in de toekomst
Op 16 juni 2014 is bekendgemaakt dat de elektrificatie definitief doorgaat. Tevens zal er een nieuw station gerealiseerd worden ter hoogte van Grubbenvorst, Venlo Greenport genaamd. Ook wordt de lijn op meerdere plaatsen verdubbeld om de frequentie op te voeren en zullen er aanpassingen worden gedaan zodat er 140km/h gereden kan worden, in tegenstelling tot de huidige 100km/h tussen Roermond en Venlo en 125km/h tussen Venlo en Nijmegen. Het streven is om nog voor de nieuwe concessie de elektrificatie te voltooien, maar de deadline gesteld op 2020. De totale kosten voor de verbetering van de Maaslijn bedragen 175 miljoen euro, dit wordt gedragen door de provincies en het rijk.
Op de langere termijn (2020) zijn er wensen voor een sneltreindienst tussen Nijmegen, Venlo en Roermond, nieuwe stations en frequentieverhogingen tussen onder meer Venray en Nijmegen; de 15-minutendienst zou daar verhoogd moeten worden naar een 10-minutendienst. Om dit te realiseren dient hoofdzakelijk meer dubbelspoor aangelegd te worden, zodat de treinen elkaar op meer plaatsen kunnen kruisen. Onder de lokale overheden bestaan of bestonden er wensen voor nieuwe stations in Roermond-Noord, Belfeld, Venlo (-Zuid), Grubbenvorst, Boxmeer en Cuijk (-Noord). Veolia heeft al aangegeven pas nieuwe stations te willen bedienen als er sprake is van een sneltreindienst.



Subpagina''s (1): Maaslijn en foto's
Comments